In 2006 publiceerde Top Gear, toch niet de minste als het over autojournalistiek gaat, hun eigen top 100 van de “sexiest cars of all time”. Uiteraard ontbreken daarin de auto’s van nà 2006, anders had ik het wel normaal gevonden om er mijn dagelijks vervoermiddel, mijn Alfa Romeo Giulia, in terug te vinden.

De lijst was TopGear-gewijs redelijk controversieel, niet in het minst omdat iedereen wel zijn eigen voorkeur heeft als het over het begrip “sexy” gaat. Geef toe… en niet alleen in verband met auto’s.  Het artikel lokte massale reacties uit, iedere autofreak zocht meteen naar de ranking van zijn favoriete model en reageerde op zeer vocale wijze over het onrechtmatig lage klassement van zijn persoonlijk icoon.

Veel protest dus, en er valt wel iets voor te zeggen.  De Jaguar E-TYPE vinden we pas terug op plaats 90. Terwijl zelfs Enzo Ferrari dit de mooiste auto aller tijden vond. En de Ferrari Dino 246, mijn favoriet voor het podium, haalt slechts een 38e plaats. Daarentegen vinden we een Lincoln Continental op plaats 6 en de Maserati Quattroporte op 3. En de meest sexy auto aller tijden is volgens Top Gear …. de originele Fiat 500.

De lijst bevatte dus enkele vreemde kronkels – en dat is een gigantisch understatement. Toch kan ik me goed vinden in de hoge ranking van enkele bijzondere auto’s :

2. Aston Martin DBS

5. Citroen C6

12. Alfa Romeo 8C Competizione

De volledige lijst vind je hier : https://www.supercars.net/forum/threads/top-gears-100-sexiest-cars-in-the-world.9952/

Het is met grote trots dat ik kan bevestigen dat nummer 19 al in mijn garage staat : de Fiat Dino Coupé 2400 ! Altijd al geweten dat het een beauty is…. En sexy. Die lijn ! Die power ! Dat geluid !

Op plaats 14 staat nog een opmerkelijke grote Fiat : De Fiat 130 Coupé. En opnieuw hoor ik vele wenkbrauwen fronsen (vooral bejaarde wenkbrauwen op een perkamenten huid, die knisperen zo fijn als ze fronsen….). Voor niet-ingewijden kan het vreemd lijken om de Fiat 130 op zo’n hoge ranking terug te vinden. Really, is dit een sexy design ? Oldtimers en dream cars, is dat niet synoniem met wulpse lijnen en unieke carrosserie-welvingen ?

Wel neen dus. In de tijdsgeest van de vroege seventies was dit een vernieuwend en fris design voor een auto van deze afmetingen. Mercedes had in 1971 als grote coupé nog de 280 SE op de lijst staan – vergelijk ‘m met deze 130 coupé en je begrijpt meteen dat dit modernistische ontwerp insloeg als een bom. Ouderwets versus vernieuwend. Conservatieve elegantie versus gedurfd design. Duitsland tegen Italië.

En dan hebben we het nog niet over de vooruitstrevende techniek : gekleefde ruiten (een wereldprimeur !), elektronische ontsteking, onafhankelijke wielophanging, sperdifferentieel,…..

De coupé is een meesterwerk van Paolo Martin, designer bij Pininfarina, ook auteur van de Rolls Royce Camargue, de Ferrari Modulo, de Peugeot 104, Lancia Beta Montecarlo en vele anderen.

Fiat was niet het enige merk dat in de vroege jaren zeventig wilde breken met het design van de vorige decennia. Porsche had twee jaar eerder de 914 gelanceerd, met een grote controverse als gevolg. De afgeronde coupélijn van de 911 moest plaats maken voor de nieuwe boxy volumes. Ook Peugeot volgde, met de 604, en Ferrari met de 365GT2+2, de latere 400. De tendens van de rechte lijnen was ingezet. De seventies en eighties waren vierkant.

Maar is de Fiat 130 coupé ook een sexy auto ? In mijn ogen absoluut. De combinatie van het modernistische ontwerp, compleet “over the top” qua afmetingen, met de 3.2 liter V6 van Lampredi, de weldadige luxe en het onbeschaamd eigenzinnige interieur, het zijn aspecten die maar één doel dienen : een upper class statement maken, opvallen, het plebs omverblazen. Als een opgedirkte Italiaanse femme fatale met een aura van ongenaakbaarheid. Dream on, boys !

Er is ook een subjectieve reden waarom deze auto op mijn netvlies is blijven branden. Door de garage van mijn nonkel, die kleinschalig Fiat verkocht in een West-Vlaams dorp, was mijn interesse in het merk aangewakkerd – ik nam als kind al eens een catalogusje mee. De duurste en grootste modellen stonden daarin onbereikbaar en verleidelijk te fonkelen. Zo ook de 130 coupé, die aldus sinds mijn jeugd één van mijn all time dream cars werd. Naast de Dino, maar die droom heb ik al waargemaakt.

Ik herinner me dat ik als jonge kerel de koers volgde en dat Eddy Merckx met zijn ploeg voor het nieuwe seizoen zou gesponsord worden door Fiat France. Bij de ploegvoorstelling werd Eddy opgevoerd met zijn nieuwe persoonlijk vervoermiddel. Inderdaad, een zilvergrijze 130 Coupé. Het situeerde de auto meteen aan het summum van mijn eigenste firmament. Onbereikbaar.

Precies deze percepties, deze momenten van adoratie voor iets onbereikbaars, drijven oldtimer-liefhebbers ertoe om een zoektocht te ondernemen naar precies dàt model wat zij in hun jeugd geadoreerd hebben. Zo ook voor mij. De 130, in de Berlina- of in de Coupé- vorm, moest ooit in mijn handen vallen.

Awel, dat is nu gebeurd. Ik heb een zilvergrijze Coupé gekocht, met een body in uitmuntende conditie (en dat is zeer uitzonderlijk – de meeste exemplaren kon je horen roesten en zijn intussen schielijk gedesintegreerd) en in de prachtige combinatie van zilvergrijs exterieur en een interieur in – hou je vast – oranje fluweel. Zo mooi, zo seventies, enkel Italianen kunnen dit.

De seventies in beeld – eigenzinnig, vernieuwend, een italiaanse schone in het oranje fluweel van de Fiat 130 coupé.

Ik wil de auto redelijk snel de baan op hebben. Twee bijzondere uitdagingen heeft hij mij alvast voorgeschoteld : de motor en het interieur.

De motor heeft eerdere schade opgelopen – na een eerste demontage blijkt de cilinderkop beschadigd te zijn. Ergens in het verleden is een klepzitting losgekomen, die heeft zich tussen klep en zuiger genesteld en heeft de zuigerkop beschadigd. Men heeft een poging ondernomen om enkel de cilinderkop te herstellen en hem terug gemonteerd, maar niet gezien dat de zuiger eigenlijk op de mantel gebarsten was. Bij de herstart zal de motor wel gedraaid hebben, maar hij moet waanzinnig veel olie uitgestoten hebben. Ook de cilinderkop was niet goed hersteld en was poreus, dus zal de uitlaat ook een walm koelmiddel geproduceerd hebben. Een schoorsteen van olie en water, zo rij je niet rond met een nobele kar. Waarop hij werd stilgezet.  

Ook het interieur heeft geleden. Het fluweel was schitterend maar niet zo goed bestand tegen UV-licht. Het kleur vervaagde en het textiel werd zwak. De chauffeurszetel is gescheurd, de overige zetels verkleurd.

Het geluk loert soms om het hoekje, dit keer onder de vorm van een donor-auto die ik voor een prikje heb kunnen kopen. (Hopelijk) goede motor, goed interieur en de rest is rijp voor de sloop. I’ve got my work laid out now !

Let’s get started !

Ik ben ervan overtuigd dat de 130 coupé ooit terug een cult car wordt. Van de 4400 geproduceerde exemplaren schieten er nog weinig over. Desondanks is de prijs tot vandaag zeer laag gebleven. Grab them while you can !

In enkele volgende bijdragen zal ik een update posten over de restauratie van mijn nieuwe baby. Hoewel “baby” een vreemde koosnaam is voor een ijzeren klomp van bijna 5 meter…….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.